
Er is iets wat ik steeds vaker hoor in mijn praktijk. Van ouders, van mensen die rouwen, van mensen die worstelen met iets wat ze zelf nog niet kunnen benoemen. En het klinkt zo onschuldig:
“Het zal wel ADHD zijn.” “Ik ben denk ik depressief.” “Er is iets mis met mijn kind.”
Ik begrijp de behoefte. Echt. Een naam geeft houvast. Het voelt als een antwoord. Maar soms vraag ik me hardop af: wanneer zijn we gestopt met het leven ondergaan en begonnen met het labelen ervan?
Lijden aan het leven is geen aandoening
Laat me iets zeggen wat misschien schuurt: verdriet om een verlies is niet per definitie een depressie. Een kind dat zijn emoties nog niet beheerst, is niet automatisch ziek. Soms is het leven gewoon zwaar. Soms zijn emoties onhandelbaar. Soms huilen we zonder reden die we kunnen verklaren.
En dat hoort erbij.
De filosoof en psychiater Karl Jaspers maakte al in de vorige eeuw onderscheid tussen Krankheit (ziekte) en Leiden am Leben, lijden aan het leven. Dat tweede is geen pathologie. Het is de menselijke conditie. Het vraagt niet om een diagnose. Het vraagt om aanwezigheid, verbinding en ruimte.
Dat we dat onderscheid steeds moeilijker maken, is zorgwekkend. Onderzoek toont aan dat in westerse samenlevingen de diagnostisering van emotionele klachten exponentieel is gestegen, terwijl de basisvaardigheden om met pijn om te gaan juist zijn afgenomen. Socioloog Frank Furedi schrijft hierover in Therapy Culture (2004): we hebben een cultuur gecreëerd waarin kwetsbaarheid wordt gepathologiseerd, en normale pijn wordt behandeld als iets wat opgelost moet worden.
Kinderen als spiegel
Ik hoor het regelmatig van ouders: hij is zo druk, zij kan zich niet concentreren, hij wordt zo snel boos. En de conclusie komt snel: het zal wel ADHD zijn, of autisme, of iets anders met een naam.
Nu wil ik hier iets met zorg over zeggen, want ik heb groot respect voor mensen en kinderen waarbij hier wél sprake van is. Die erkenning is soms enorm bevrijdend en nodig. Maar, en dit is een groot maar emoties reguleren is iets wat kinderen leren. Het is geen eindproduct, het is een proces. En het vraagt om begeleiding, niet altijd om een label.
Neuropsycholoog Daniel Siegel beschrijft in The Whole-Brain Child hoe de prefrontale cortex van kinderen het deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor emotieregulatie pas volledig ontwikkeld is rond het vijfentwintigste levensjaar. Een kind dat boos wordt, druk is of moeilijk stilzit, doet precies wat een kinderbrein doet.
Wat ik ouders dan ook zo graag meegeef: kijk naar je kind. Maar kijk ook naar jezelf. Welke patronen spelen er in jou? Welke emoties draag jij onverwerkt met je mee? Kinderen zijn de mooiste spiegels die er zijn. Ze laten ons zien wat wij zelf (nog) niet hebben mogen voelen.
We praten niet meer met elkaar
Verdriet heeft tijd nodig. Sommige wonden helen nooit volledig. En toch leven we in een samenleving die pijn zo snel mogelijk wil oplossen met een diagnose, een pill, een protocol.
Filosoof Alain de Botton schrijft in The School of Life dat we de kunst van het bij-zijn zijn verloren. Niet het oplossen. Niet het adviseren. Gewoon: er zijn. Luisteren zonder oordeel. Iemand vasthouden in zijn pijn zonder het weg te willen nemen.
We maken zoveel van hetzelfde mee. Verlies, twijfel, angst, eenzaamheid. En toch praten en luisteren we steeds minder met elkaar. Alles moet snel. Alles moet beter. Alles moet opgelost.
Maar soms vraagt het leven om zachtheid. Om aanwezigheid. Om de stille erkenning: ik zie je. Dit is zwaar. Je hoeft het niet alleen te dragen.
Een filosoof durft ontregeld te worden
In mijn werk en ook in mijn poëzie, ga ik steeds op zoek naar precies dat: wat er onder de oppervlakte leeft. Wat niet wordt uitgesproken. Wat mensen niet durven voelen.
Filosoof Ignaas Devisch schrijft dat het filosofisch leven inhoudt dat je gesprekken gebruikt om iets te onderzoeken. Dat je ontregeling accepteert. Dat er altijd de mogelijkheid bestaat dat je leven omver wordt geschopt door een inzicht. En dat je daar, als je eerlijk bent, stiekem op zit te wachten.
Dat is ook waar ik naar zoek met de mensen in mijn praktijk. Niet een label. Niet een oplossing. Maar de moed om het leven te ondergaan met alles wat daarbij hoort.
In mijn gedichtenbundel “Zo mooi als jij bent, heb ik niet eerder gekend” heb ik precies dat proberen te vangen: de momenten die raken, de emoties die geen naam hebben, de waarheid die in de stilte ligt. Gedichten over verlies, liefde en wat het betekent om mens te zijn. Voor mensen die de stilte durven te voelen. Lees meer over de bundel →
Wees zacht. Voor jezelf én voor een ander.
Het leven vraagt niet altijd om een diagnose. Soms vraagt het om een eerlijk gesprek. Om een arm om je schouder. Om iemand die luistert zonder meteen zijn eigen verhaal te vertellen.
Zoek elkaar op. Deel je pijn. Wees zacht voor jezelf én voor de ander. Met liefde en oprechte aandacht komen we al heel ver.
Met lef én liefde, Suzanne
Wil je een gesprek over wat er bij jou onder de oppervlakte leeft? Neem contact op of bekijk mijn consulten.
Bronnen
- Jaspers, K. (1913). Allgemeine Psychopathologie. Springer. — Grondleggend onderscheid tussen ziekte en lijden aan het leven als menselijke conditie.
- Furedi, F. (2004). Therapy Culture: Cultivating Vulnerability in an Uncertain Age. Routledge. — Over de medicalisering van normale menselijke emoties in westerse samenlevingen.
- Siegel, D. & Bryson, T.P. (2011). The Whole-Brain Child. Delacorte Press. — Over de neurologische ontwikkeling van emotieregulatie bij kinderen en de rol van ouders daarin.
- De Botton, A. (2016). The School of Life: An Emotional Education. Hamish Hamilton. — Over het verlies van de kunst van het bij-zijn en luisteren in moderne samenlevingen.
- Devisch, I. (2012). Het empathisch teveel. De Bezige Bij. — Over filosofisch leven, ontregeling en de waarde van onderzoekende gesprekken.