Lekker in je veren: wat het écht betekent om jezelf te zijn

Er is een uitdrukking die ik de laatste tijd veel voorbij hoor komen. In gesprekken, in artikelen, in de stilte tussen de regels door. Lekker in je veren zitten. En dan denk ik: wat bedoelen we daar eigenlijk mee?

Want ik zie iets anders in mijn praktijk. Ik zie mensen die weten hoe ze moeten functioneren. Die netjes op tijd zijn, de was doen, hun mail beantwoorden, glimlachen op verjaardagen. Die alles hebben en toch niet kunnen zeggen: ik voel me goed in mijn vel.

Er is iets. Een leegte. Een gemis. Een onrust die ’s avonds pas de kop opsteekt.

Dat is geen aanstellerij. Dat is signaal.

Wat het lichaam weet dat jij vergeet

Psycholoog Antonio Damasio beschrijft in zijn werk The Feeling of What Happens hoe het lichaam continu signalen afgeeft over onze innerlijke toestand. Die signalen zijn er altijd. Maar we hebben ze leren negeren. We zijn zo druk met doen, presteren en erbij horen, dat we de subtiele fluisteringen van ons systeem niet meer horen.

Lekker in je veren zitten begint niet in het hoofd. Het begint in het lijf.

Het begint bij het moment dat je merkt: dit voelt goed. Of juist: hier klopt iets niet. Dat is je interne kompas. Dat is de stem die nooit liegt, maar die je door de jaren heen steeds stiller hebt leren zetten.

Ik hoor het van zo veel mensen in mijn praktijk: “Ik weet niet meer wat ík wil.” Of: “Ik weet niet eens wat ik voel.” Dat is geen persoonlijk falen. Dat is wat er gebeurt als je jarenlang aanpast, pleast, functioneert  en het contact met jezelf langzaam verliest.

De karakterstructuur als sleutel

In mijn werk gebruik ik onder andere karakterstructuuranalyse, een psychologisch model dat laat zien hoe mensen in hun vroegste jaren overlevingsstrategieën hebben ontwikkeld. Niet omdat ze zwak waren, maar omdat ze slim waren. Ze pasten zich aan de omgeving aan. Ze leerden welk deel van zichzelf welkom was, en welk deel beter kon worden verborgen.

Die aanpassingspatronen zitten diep. Ze zitten in je houding, in je manier van praten, in hoe je reageert als iemand te dichtbij komt. Ze zijn niet verkeerd, ooit waren ze nodig. Maar op een gegeven moment worden ze te nauw. Ze klemmen. En dan voel je je niet meer lekker in je veren.

De Britse psycholoog John Bowlby, bekend om zijn hechtingstheorie, toonde al in de jaren zestig aan hoe vroege relaties bepalen in hoeverre mensen zichzelf als de moeite waard beschouwen. Als kind heb je aangeleerd of je mocht bestaan zoals je bent, of dat je jezelf eerst moest aanpassen om erbij te horen. Die overtuigingen leven verder, soms tot ver in het volwassen leven.

Lekker in je veren zitten betekent: terugkomen bij het deel van jezelf dat je ooit hebt weggezet.

Energetisch gezien: de laag eronder

Als heldervoelend coach werk ik ook met wat er onder de psychologische laag zit. Energie. De onzichtbare onderstroom.

Ik zie en voel wanneer iemand niet in zijn of haar kracht staat. Wanneer er spanningsvelden zijn. Wanneer iemand energie weggeeft die niet van hen was, of juist energie blokkeert die wél van hen is. Dat heeft niets mysterieus, het is een werkelijkheid die je ook zelf kunt leren waarnemen.

De Russische onderzoeker Vladimir Poponin demonstreerde in de jaren negentig dat het menselijk DNA een direct effect heeft op lichtdeeltjes in zijn omgeving. Dat ons lichaam, onze energie, een veld creëert dat verder gaat dan onze huid. We zijn geen afzonderlijke eilandjes. We zijn verbonden met onze omgeving, met anderen, met iets groters dan onszelf.

Wanneer je niet lekker in je veren zit, is dat veld verstoord. Er is iets wat niet klopt. Een overtuiging, een onverwerkte emotie, een patroon dat zijn werk doet in de schaduw.

Vijf signalen dat je jezelf kwijt bent geraakt

Misschien herken je een of meer van het volgende:

Je wordt wakker moe, ook als je genoeg hebt geslapen. Niet de slaap ontbrak, maar de rust.

Je weet niet meer wat jij wilt en beschrijft het leven altijd in termen van wat de ander wil, verwacht of nodig heeft.

Je voelt een leegte die je probeert te vullen met eten, scrollen, rennen, kopen maar de leegte blijft.

Je bent de beste vriend van iedereen, maar als je eerlijk bent: jij bent het niet voor jezelf.

Je hebt het gevoel dat je leven langs je heen glijdt. Dat je participeert, maar niet echt meedoet.

Dit zijn geen zwaktes. Dit zijn uitnodigingen.

Lekker in je veren: het is een terugkeer, geen aankoop

Ik zie het in mijn praktijk: mensen die denken dat ze eindelijk lekker in hun veren zullen zitten als ze de relatie hebben, de baan, het huis, de rust. Maar wie zichzelf kwijt is geraakt, neemt dat verlies mee naar iedere nieuwe plek.

Lekker in je veren zitten is geen eindbestemming. Het is een terugkeer.

Terug naar je adem. Naar je lichaam. Naar wat jij voelt, en wat jij wilt. Naar het kind dat je was voor de wereld je leerde dat sommige stukken van jou beter verborgen konden blijven.

Psycholoog Carl Rogers noemde dit congruentie: de toestand waarbij wie je bent, wat je voelt en hoe je je gedraagt op één lijn liggen. Rogers stelde dat echte psychologische groei alleen kan plaatsvinden als die congruentie er is. Niet perfect, want niemand is perfect congruent. Maar bewust. Aanwezig. Eerlijk.

Dat is lekker in je veren zitten.

Wat mij betreft

In mijn werk begeleid ik mensen die dit gevoel willen terugvinden. Niet met snelle oplossingen. Niet met positieve affirmaties die over een dun laagje onrust worden geplakt. Maar met echte aandacht. Echte vragen. Ruimte om te voelen wat er is.

Soms schrijf ik ook over wat ik zie en voel. In mijn gedichtenbundel “Zo mooi als jij bent, heb ik niet eerder gekend” probeer ik precies dat te vangen de waarheid die onder de woorden leeft. De momenten dat je jezelf herkent in een zin en denkt: ja, dat is het. Dat bedoel ik.

Bekijk de gedichtenbundel hier →

Het begint met één vraag

Hoe lekker zit jij eigenlijk in je veren?

Niet hoe het hoort. Niet hoe het eruitziet op Instagram. Maar écht?

Als het antwoord twijfelachtig is, dan is dit een uitnodiging. Om eerlijker te kijken. Om dichter bij jezelf te komen. Om terug te keren naar de kern van wie je bent.

Met lef én liefde, Suzanne

Wil je hiermee aan de slag? Bekijk mijn consulten of neem contact op. Ik denk graag met je mee.

Bronnen

  • Damasio, A. (1999). The Feeling of What Happens: Body and Emotion in the Making of Consciousness.Harcourt. — Over de rol van het lichaam als signaalapparaat voor ons innerlijk leven.
  • Bowlby, J. (1969). Attachment and Loss, Vol. 1: Attachment. Basic Books. — Grondleggend werk over hechtingspatronen en de vorming van zelfwaarde.
  • Rogers, C. (1961). On Becoming a Person: A Therapist’s View of Psychotherapy. Houghton Mifflin. — Over congruentie als voorwaarde voor authentieke groei.
  • Poponin, V. & Gariaev, P. (1994). The DNA Phantom Effect. Instituut voor Kwantumbiofysica, Rusland. — Onderzoek naar de interactie van menselijk DNA met lichtdeeltjes en omgevingsvelden.
  • Johnson, S.M. (1994). Character Styles. W.W. Norton & Company. — Uitgebreide uiteenzetting van karakterstructuren en vroege aanpassingspatronen.